Geschiedenis

1963-1968: Purmerend

Januari 1963 was het dan zover, het fruitbedrijf van Ome Gerrit Nootebos werd door ons overgenomen en we werden zelfstandig fruitteler. De eerste werkzaamheden bestonden uit het snoeien van de bomen. Het was één van de strengste winters van deze eeuw (de winter van de elfstedentocht van Reinier Paping, red.) en de hoeveelheid sneeuw was ook enorm. Daar we een lange oprit hadden naar ons bedrijf, ca. 100 meter, heb ik veel sneeuw moeten ruimen. Om te snoeien was het begin Januari eigenlijk te koud, harde oosten wind en zo'n 20 graden vorst, maar daarna prachtig winterweer, goed om te snoeien.

Het bedrijf was 2 ha groot met een diversiteit aan appelrassen: Jonathan, Benoni, Cox's, Laxstons, Jello, CodlinKerswick, Groningerkroon, Present van Engeland, Manks-codlin, James-Grieve, Bramley, Zoetekroon, Zigeunerin, Goudreinet. Ook hadden we veel soorten peren: Conference, Doyenné du Comice, Bonne louwiseda franse, Beurré Alexander, Lucas, Beurriclarchou, Beurré Hardy, Legipont, Winterjan, St.Remie, Triumph de Viéne, Kamperveen. En dan de pruimen nog; 2 rijen van 90 m en langs de slootkanten. Dat waren de rassen Ontario, Reine victoria , Reine Cloude dóulins, Erlylaxston. Dat was nog niet alles....er stonden ook nog bessen, de meesten als onderteelt onder de bomen. Dit waren o,a. kruisbessen en aalbessen, Duitse zuren [voor industrie], Jonkheer van Tets, Fays Prolific (voor consumptie).

Het fruit werd zelf met de hand gesorteerd. We hadden een luchtgekoelde bewaarplaats, een oude hooiberg dubbelwandig gemaakt met vlaskevel ertussen wat een prima isolatie gaf. De Jonathan en Cox's bewaarden we thuis, de Goudreinettes en de peren gingen bij de veiling in Purmerend in de koelcel. Het meeste werk deed ik zelf met vooral de eerste jaren in de drukste tijden hulp van Ome Gerrit. Die hielp b.v. bij Benoni's dunnen, pruimen dunnen, peren dunnen. Verder was hij altijd aanwezig met het appels en peren plukken en ook met het bessen plukken.

Toen wij in de Zuid-Oost Beemster begonnen, waren we met ons drieën: Pappa Jan en mamma Dien en de kleine Simon. Op 22 Juli 1963, de dag dat Simon één jaar werd, kwam Marja ons gezin vergroten. Op 17 Februari 1965 was het Sjaak die zijn intrede deed en op 6 April 1966 werden we met Sjon verblijd. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd en zo werd op 10 Mei 1968 Lida nog aan ons toevertrouwd, zodat we met zijn zevenen leefden van en op ons bedrijfje van 2 ha. aan de Oostdijk 34 te Beemster.

In 1966 konden we ons bedrijf wat vergroten door 1½ ha van een buurman erbij te huren. Dat bestond uit 1 ha fruitopstand en een halve ha zwarte grond. De fruitopstand bestond uit de appelsoorten James Grieve en Cox's en de perenopstand uit Winterlauwtjes (een stoofpeertje), Breurriclachou en Legipont. Daarnaast stonden er wat pruimen. Op het bouwland heb ik spruiten geteeld en het volgende jaar prei. Dit waren late teelten die het beste pasten in de arbeidsverdeling.

Vanwege de stijgende arbeidskosten en de verouderde plantopstand, waarbij een groot deel van de oogst en andere werkzaamheden met een trap moesten gebeuren, werd overwogen om op een bedrijf in Flevoland in te schrijven. Na de tweede keer ingeschreven te hebben, kregen we een bedrijf toegewezen en zo pachtten we in 1968 een bedrijf in Dronten, Oostelijk Flevoland.

1968-1981: Dronten

3 Januari 1969 verhuisden we naar Biddinghuizen, omdat ons huis op het bedrijf nog niet klaar was en ons oude bedrijf was verkocht. In September gingen we naar het huis op het bedrijf. Het bedrijf was 7,44 ha groot en werd direkt in het voorjaar van 1969 geheel ingeplant met fruitbomen. Drie en een kwart ha Golden Delicious, 3 ha Cox's en 1 ha Winston met nog wat bestuivers. Aangezien het machinepark ook verouderd was, werd een spuit en een cirkelmaaier samen met 2 buren (met ons drieën) gekocht. De kosten waren daardoor laag in de eerste jaren, waarin ook de oogst altijd nog klein is. In 1971 werd in de laatste maand op 9 December onze jongste zoon Martin geboren en telde ons gezin 6 kinderen waar we heel gelukkig mee waren: 4 jongens en 2 meisjes.

De fruitprijzen waren de eerste jaren in Dronten erg laag. De eerste Golden Delicious die we veilden, brachten 19 ct per kg op. De kosten voor het transport, het sorteren en de veiling konden er mee betaald worden en dan was het op. We zijn ze toen maar uit gaan venten voor 45 ct per kg. Gelukkig gingen de prijzen per jaar wel wat omhoog. Het tweede jaar was dat 33 ct, een paar jaar later 45 ct. In 1976 was het mis. Een paar zware nachtvorsten veroorzaakten een minimale oogst en de appels die er nog hingen hadden vorststrepen. Hierdoor werd het een slecht jaar. Het volgende jaar hing er een grote oogst en de houtprijzen waren hoog, namenlijk 60 tot 65 ct. Ik dacht als het 70 ct. wordt verkoop ik, en dat lukte ook. Dat maakte dus het slechte jaar daarvoor weer goed.

Na dit jaar hadden we besloten een koelhuis te bouwen om ons eigen fruit te bewaren. Er waren ook kisten voor nodig. Die konden we bij de veiling huren, maar die kosten waren vrij hoog, nl 2 keer vrachtkosten en huur. Dus hebben we eerst 3000 standaard kisten gekocht en een jaar later 300 voorraad kisten. Sorteren deden we zelf. Als Simon, Marja en Sjaak uit school kwamen gingen we een paar uur sorteren en zo maakten we de appels klaar voor de veiling. Zo hebben de kinderen heel veel geholpen op het bedrijf met het dunnen van de appels en later het opkweken van nieuwe bomen. Tussen het werken door gingen we vaak met zijn allen een potje voetballen of namen we een duik in het water.

De veiling K.Z.IJ. kwam met een afzetplan, waarbij iedere teler 50 procent van de oogst in een pool moest inbrengen. Daardoor kon de veiling beter inspelen op de vraag, waarbij er centraal werd gesorteerd. Hier heb ik voor 100 procent aan meegedaan en dat is wel goed verlopen. De afspraak was voor 3 jaar, daarna was ieder weer vrij om er aan deel te nemen. Helaas waren er toen te weinig fruittelers die er mee door wilde gaan en is het plan afgeblazen.

Er kwam een sanering en wij konden voor een groter bedrijf in Zuidelijk Flevoland inschrijven. Aangezien onze zoons wel fruitteler wilden worden, hebben wij die gok gewaagd. Het werd ons in 1981 toegewezen en dus was er weer een verhuizing opkomst. We hebben met heel veel plezier in Dronten gewoond en er heel veel fijne vrienden aan over gehouden. Met name onze buren waar we nu nog een hele goede band mee hebben.

1981-heden: Zeewolde

De bomen voor de nieuwe aanplant in Zeewolde werden bij de paal opgekweekt. Dit bespaarde kosten en handen waren er immers genoeg. Ook werd er een gedeelte voor boomkwekerij bestemd. Er kwam een streep door de rekening toen in de zachte herfst van 1984 het kwik binnen 1 dag van + 15 graden C naar -15 graden C zakte. Alle bomen, inclusief die op de kwekerij, waren doodgevroren. De investering van de laatste 2 jaar was totaal verloren gegaan. Daar ook de kwekerij bevroren was, betekende dit dat we weer 2 jaar moesten wachten op nieuwe bomen. En dan nog langer op productie.

Er werd niet bij de pakken neergezeten en we gingen hard aan het werk om de schade zo veel mogelijk te beperken. Maar net in de jaren waarin men in Zeewolde geen productie had, waren de fruitprijzen erg hoog. Bovendien kregen we ook nog eens enkele keren te maken met flinke nachtvorstschade, waarbij veel bloemknoppen bevroren. Dit omdat er geen water beschikbaar was om nachtvorstbestrijding mee uit te voeren. In de jaren '90 werd hierin verandering gebracht.

Toen we dan eindelijk zover waren dat we een volle productie van het bedrijf konden halen, stonden de veilingprijzen onder druk. De toenemende aanvoer van diverse vruchten vanuit de hele wereld heeft de appelprijzen in de jaren '90 laag gehouden. Zelfs vanuit Nieuw-Zeeland en 'lage-lonen-landen' uit Zuid-Amerika werden appels aangevoerd. We besloten daarom een huisverkoop-punt te beginnen. Een huisverkoop heeft als voordeel dat er een schakel in de verkoopketen wordt overgeslagen. Voor ons heeft dat als voordeel dat we minder kosten hebben die anders voor het veilen van de appels worden gemaakt. Voor de kwaliteit van de appels heeft het als voordeel dat ze minder lang onderweg zijn en daardoor verser bij de klant komen. Het bedrijf heeft een redelijk gunstige ligging en met de leuze "Appels van Dekker zijn extra lekker" werden de klanten benaderd. Er werd al gauw een behoorlijke klantenkring opgebouwd.

Na de genoemde tegenslagen zagen de meeste kinderen maar van een opvolging van het bedrijf af, behalve oudste zoon Simon. Deze had al een aantal jaren een eigen boomkwekerij gerund, met de bedoeling ooit een eigen fruitbedrijf te kopen. Toen z'n broers te kennen gaven het ouderlijk bedrijf niet op te willen volgen, besloot hij het bedrijf van zijn vader voort te zetten.

Zo ging Simon (die inmiddels getrouwd was en 2 zonen had) in februari 1996 met zijn gezinnetje op het bedrijf wonen. Zijn vrouw (Coby Dekker-Kets) werkte ondertussen als assistent-onderzoekster op de fruitteelt-proeftuin gelegen aan de Bloesemlaan te Zeewolde. Ze is de dochter van een akkerbouwer uit Biddinghuizen. Na de Hogere Tuinbouwschool in Utrecht te hebben doorlopen, heeft ze een aantal jaren als G&F-keurmeester gewerkt op de G&F-veiling te Utrecht. Toen ze in 1991 de kans kreeg om dichter bij huis te komen werken op de fruitteelt-proeftuin, heeft ze die kans met beide handen aangenomen. Helaas werd de proeftuin na een aantal jaren opgeheven. Hierdoor is Coby ook thuis op het fruitbedrijf gaan werken en heeft geleidelijk aan de winkel van Pa Dekker opgevolgd.

Inmiddels zijn we een aantal jaren verder en is de boomgaard al voor een groot gedeelte vernieuwd. Zo is vooral het aantal hectaren peren vergroot. De rest van de boomgaard bestaat nu voornamelijk uit Elstar en Jonagold. Ook hebben we in 2002 een nieuwe winkel gebouwd, waarin we natuurlijk onze overheerlijke appels en peren te koop aanbieden.

Verder hebben we in 2002 een windmolen gebouwd. Na een uitbreiding van het koelhuis (om zo onze hele opbrengst zelf op te kunnen slaan) hebben we op de daken zonnepanelen geplaatst. De energie die deze opleveren, kunnen we benutten voor het koelen van ons product. Simon is behoorlijk technisch en heeft dan ook een aantal kleine tractoren voor de pluk omgebouwd naar elektrische aandrijving. Dat is veel prettiger voor de plukkers (minder herrie en minder stank) en ze zijn veel sterker.

In 2012 hebben we ons voor de winkel aangesloten bij de Landwinkel coöperatie. Hierdoor konden we het assortiment in onze winkel vergroten. Deze (streek)producten hebben een puur en ambachtelijk karakter.